Dierenvoeding: Wat betekent het etiket?
Wat betekent het etiket? Ingrediënten en voedingswaarden in honden- en kattenvoer uitgelegd
“Ruwe eiwitten: 26% - Ruwe as: 7% - Vetten: 15%” – Als je ooit een zak honden- of kattenvoer hebt opgetild, dan heb je dit soort cijfers vast weleens gezien. Maar wat zeggen die voedingswaarden eigenlijk? En hoe weet je of je een goede keuze maakt voor jouw hond of kat?
In deze blog leggen we je op een heldere manier uit waar je op moet letten bij het lezen van het etiket van dierenvoeding – zodat je met vertrouwen de juiste brokken, snacks of natvoer kiest voor je viervoeter.
1. Ruw eiwit – dé bouwstof
Eiwit (%) geeft aan hoeveel dierlijke of plantaardige eiwitten in het voer zitten. Honden en katten zijn carnivoren (vleeseters), en eiwitten zijn voor hen essentieel: ze ondersteunen spieren, organen, huid, vacht en het immuunsysteem.
-
Voor honden: 22–30% eiwit is een gezonde marge, afhankelijk van leeftijd en activiteit. Sportieve of jonge honden hebben meer nodig.
-
Voor katten: minimaal 30%, liever hoger. Katten zijn obligate carnivoren en kunnen niet zonder een hoge eiwitinname.
Let op: eiwit kan ook uit granen of soja komen. Eiwit uit vlees (zoals kip, rund, vis) is beter verteerbaar dan plantaardige bronnen.
Tip: Kijk of “vlees” of “gedroogd vlees” hoog in de ingrediëntenlijst staat – liever dat dan “maïsgluten” of “plantaardige eiwitextracten”.
2. Ruw vet – energiebron en smaakmaker
Vet (%) levert energie en maakt voer smakelijker. Ook is vet belangrijk voor de opname van vetoplosbare vitamines (A, D, E en K) en zorgt het voor een gezonde huid en glanzende vacht.
-
Voor honden: 8–20%, afhankelijk van activiteit. Puppy’s en sporthonden verdragen meer vet.
-
Voor katten: 12–22%, katten halen veel van hun energie uit vet.
Te veel vet kan overgewicht veroorzaken, dus bij oudere of minder actieve dieren kies je liever een voer met een gematigd vetgehalte.
3. Ruwe as – het ‘minerale’ restje
As (%) klinkt vreemd, maar het verwijst naar het mineraalgehalte van het voer. Als je voer verbrandt, blijft een klein deel over – dat is de ‘ruwe as’, bestaande uit mineralen zoals calcium, fosfor, magnesium en zink.
-
Een normaal asgehalte ligt rond de 5–8%.
-
Te veel as (>10%) kan duiden op lage kwaliteit (zoals botmeel als vulling).
-
Te weinig as (<4%) kan wijzen op een tekort aan essentiële mineralen.
Tip: Kijk of calcium en fosfor afzonderlijk op het etiket staan – belangrijk voor botten, groei en niergezondheid.
4. Ruwe vezel – goed voor de darmen
Vezels (%) helpen bij de spijsvertering. Ze stimuleren de darmwerking en zorgen voor een regelmatige stoelgang.
-
Richtlijn: 2–5% voor honden en katten.
-
Meer vezel kan helpen bij dieren met overgewicht of darmproblemen.
Maar te veel vezel (>6–7%) is meestal niet nodig en kan de opname van andere voedingsstoffen verstoren.
5. Vocht – vooral bij natvoer
Bij natvoer zie je vaak een hoog vochtpercentage (tot 80%). Dat is normaal – het betekent dat het voer veel water bevat. Honden en katten krijgen zo op een natuurlijke manier extra vocht binnen.
Bij droogvoer (brokken) ligt dit rond de 8–12%.
6. Hoe weet je of voer écht goed is?
✅ Vlees of vis als eerste ingrediënt
✅ Duidelijke omschrijvingen zoals ‘gedroogde kip’ i.p.v. ‘vlees en dierlijke bijproducten’
✅ Geen of weinig vulmiddelen zoals tarwe, soja, suiker of maïsgluten
✅ Natuurlijke conserveermiddelen zoals vitamine E (tocoferolen) i.p.v. BHA/BHT
✅ Herkenbare ingrediënten: rijst, erwten, bietenpulp, zalmolie
Wat betekent dat in de praktijk?
Vergelijk twee etiketten:
Voer A:
Ingrediënten: Gedroogde kip (28%), rijst, maïs, dierlijk vet, kippenbouillon, bietenpulp, zalmolie, vitaminen en mineralen
Eiwit: 26%, Vet: 14%, As: 7%, Vezel: 2.5%
Voer B:
Ingrediënten: Granen, vlees en dierlijke bijproducten (15% onbekende herkomst), plantaardige eiwitextracten, kunstmatige geur- en kleurstoffen
Eiwit: 22%, Vet: 9%, As: 9%, Vezel: 3%
Voer A is transparanter, bevat meer vlees, en is dus waarschijnlijk voedzamer. Voer B is vaag en bevat mogelijk veel vulmiddelen.
Slotgedachte
Bij Olly’s Beestenboel helpen we je graag bewust te kiezen. Met een beetje kennis over etiketten en voedingswaarden maak je snel onderscheid tussen kwaliteit en goedkope vulling. Jouw hond of kat verdient voeding waar hij blij en gezond van wordt – en jij als baasje wilt weten wat er écht in de bak gaat.